Symposium 2011
Momenteel is de laatste studie “effectiviteit van grindsubstitutie als resultaat van onderzoeksprojecten uit de oproepen tot projectvoorstellen” in opdracht van het Onderzoekscomité afgerond. Deze studie wordt uitgevoerd door VITO NV uit Mol en behandeld de effectieve grindbesparing gerealiseerd door de onderzoeksprojecten in relatie tot de effectieve grindbehoeften in Vlaanderen, momenteel en in de toekomst. Op basis van deze conclusies worden aanbevelingen geformuleerd inzake het gebruik van grind in Vlaanderen.
Het thema van dit laatste symposium 2011 van het Onderzoekscomité is "effectiviteit van grindsubstitutie" en zal een inzicht bieden in
* de effectieve grindsubstitutie en grindbesparing in Vlaanderen
* het realistisch verwacht potentieel voor de nabije toekomst
* de marktappreciatie van de toegepaste grindsubstituten
* de financiële rendabiliteit
* de effectieve milieubalans
* de knelpunten en oplossingen bij de toepassing van grindsubstituten
De substitutieoptie
Het grinddecreet is in se de decretale regeling van een beleidsoptie die in de negentigerjaren werd gekozen op basis van toen beschikbare gegevens en vooropstellingen. Men ging ervan uit dat binnen het vastgestelde tijdperspectief grind als basisgrondstof vervangen kan worden door substitutiematerialen en dat het tekort ingevoerd kan worden voor economisch belangrijke sectoren zoals woning- en wegenbouw.
Het afbouwscenario is gebaseerd op de veronderstelling dat zuinigheid en vervangmaterialen de winning van grind overbodig maken.
Nu alle toegekende productiequota zo goed als ontgonnen zijn, is het duidelijk dat er onvoldoende grindsubstituten voorhanden zijn en dat de economische noodzaak tot het in voldoende mate ter beschikking zijn van grind en zand voor de Vlaamse behoefte zich blijvend manifesteert.
Op 25 maart 2009 keurde het Vlaams parlement een wijziging van het grinddecreet goed waarin drie uitzonderingen op de eindigheid van de grinwinning zijn voorzien:
1 nevenwinning bij kwartszandwinning,
2 infrastructuurwerken waarbij grind vrijkomt,
3 projectmatige grindwinning.
Recyclage
In de meeste toepassingen kunnen grind en zand niet zomaar vervangen worden en zijn de secundaire materialen, bouw- en sloopafval niet zonder meer een geschikt alternatief. Zelfs indien de recyclage van bouw- en sloopafval de 90% zou bereiken i.p.v. de huidige 85% en de laagwaardige toepassingen voor een miljoen ton worden omgezet in hoogwaardiger toepassingen, zal dit slechts in beperkte mate een alternatief vormen voor het gebrek aan grind en bouwzand. Het hergebruik van puingranulaten, de steenachtige fractie van bouw- en sloopafval, is dus reeds ruim in toepassing, maar de herwaardering naar hoogwaardiger aanwendingen is niet vanzelfsprekend.
De premisse van substitutie, vervat in het grinddecreet, is in de praktijk slechts beperkt haalbaar met ca. 10%.
Import
Blijft eventueel de import van granulaten uit andere regio's of buurlanden met hogere grondstofprijzen en ook een negatieve milieubalans tot gevolg. Overigens impliceert dit het doorschuiven van onze delfstoffenproblematiek naar het buitenland. Daar ook bestaat de tendens om hun natuurlijke rijkdom aan bouwgrondstoffen enkel nog te benutten om te voorzien in hun eigen behoeften.
Na een jarenlange zoektocht van het onderzoekscomité naar grindvervangende producten blijkt dat de voorhanden zijnde substitutiemogelijkheden slechts zeer beperkt zijn. Er stelt zich nog steeds zowel kwantitatief als kwalitatief een probleem aangaande de substitutie van de grindbehoefte door kunstgranulaten.
| naar boven |










